Column Bert Snoek, 'Ooit een klein dorp en nu de verblikking'

Ooit ? een klein dorp - en nu de verblikking

Ooit, lang geleden, stichtten enkele kleine boeren een klein dorpje in de polder.

Het dorpje lag aan een klein stroompje en de dorpelingen boerden, dreven een beetje handel en leefden van de visserij.
Tijden veranderden en het dorpje, dat eerst uit een paar huizen/boerderijen bestond, groeide.
En dat in een tijd dat men niet echt het woord stoep kende. Stoep? Hoor ik u denken.
 
Dat had volgens de beleidsmakers in het verleden iets te maken met wandelen.
Echt nodig was dat natuurlijk niet. Wandelen deed je in je vrije tijd en die was niet echt veel voorhanden.
Zes dagen werken en op de zondag tweemaal naar de kerk.
Dus, wandelpaden langs de huizen is een overbodige luxe. Eenvoudig en een helder standpunt.
En er werden daarom vervolgens bij het uitbreiden van het dorpje geen stoepen in de ?planvorming? opgenomen. Dat stoepen ook een ?natuurlijke? grens vormden tussen de straat en de voortuin, was daarbij geen echte overweging. Natuurlijk werden er wel stoepranden geplaatst om op z?n minst de scheiding tussen tuin en straat aan te geven.
En voor die paar ?boerenkarren? die in het straatbeeld voorkwamen was er geen probleem. Plaats genoeg en het was een logisch beeld dat het aantal van de ?karren? in de toekomst niet enorm groot zou kunnen worden. En, zeg nu zelf; een stoep is eigenlijk toch zonde van de ruimte. Toch?
 
Een beetje compact bouwen
Er werden dus huizen gebouwd (een beetje dicht op elkaar) met een kleine voor- en achtertuin. Dat was de behoefte van de burgers.
En, als de eigenaar zijn ?kar? voor zijn of haar voordeur kan zetten, is toch alles okay?.
Zo gezegd, zo gedaan. Een beetje compact bouwen. Da?s gezellig (en? kost niet zoveel).
 
Maar life goes on en tijd vordert
Op dit moment zit de huidige koning van het dorp met een groot probleem.
Meer en meer mensen komen in zijn dorpje wonen. Hij heeft te maken met zo?n 1200 inwoners. Zijn dorpje ligt ook meer en meer op het kruispunt van belangrijke wegen. Doorgaande wegen van en naar de zee en van en naar het verre buitenland, veroorzaakten veel drukte en ook best wel een beetje herrie. De ligging maakt ook dat de landelijke spoorwegen hun tol eisen in de rust rond het dorp. Goederen- en transportvervoer maken hun entree.
Diezelfde ligging maakt het dorp uitermate geschikt voor de concentratie van de regionale zuivering van water en voor vestiging van transportondernemers.
De koning vindt dat hij heel veel problemen heeft om de leefbaarheid van zijn burgers op een aanvaardbaar peil te houden.
Maar goed, hij overlegt veel met zijn raadgevers en koningen van de bevriende aangrenzende landen, om te komen tot maatregelen die het leed een beetje kunnen verzachten.
Mooie nieuwe woningen en veel nieuw groen moeten in de toekomst de burgerij tevreden houden. Maar?
Er speelt één groot probleem in zijn (neoliberale) hart.
Zijn burgers hebben het financieel goed. Hun bezit groeit.
Het is geen uitzondering dat elke gezin in het bezit is van meer dan één of zelfs twee ?boerenkarren?. En in het compacte kleine dorp ontstaan parkeerproblemen.
Er is geen plaats om voor elke voordeur de ?karren?van elke burger te plaatsen.
Anno nu wil iedere burger zijn kar (of beter; al zijn karren) direct bij zijn huis ?stallen?.
 
Voortuinen opgeofferd
De creativiteit van de burgers om te komen tot een oplossing van het parkeerprobleem leidt ertoe dat diverse voortuinen worden opgeofferd om hun ?kar? te stallen.
Dat werkt simpel. Het maakt niet uit of je een eigenhuizenbezitter of een huurder bent.
Hup, een paar stenen in de voormalige voortuin en de kar kan haaks op het woonhuis in een vrije parkeerplaats worden weggezet. Pas-de-problem!
Maar het is wel een probleem.
Kan dit wel? Mag dit? Is er sprake van een overtreding? Strikt formeel wel, vindt de koning.
Je mag, volgens de regels van ons landje, geen stoep (of een stoeprand) oversteken op straffe van een bekeuring. Maar, de overtreding moet wel geconstateerd worden.
Dus: op heterdaad !!!!
Overdag staat er bijna geen kar in de voortuin. Men trekt er op uit (werken?.) en na de werkdag is er natuurlijk geen bekeurende ambtenaar voorhanden. De diensttijd eindigt immers zo rond de klok van 17.00 uur. In de avond keren de burgers huiswaarts en parkeren hun bolide in hun voortuin.
Het mag niet, maar er is niemand om het ?heterdaadje? te constateren.
De simpele vaststelling dat de ?kar? in de tuin staat is blijkbaar onvoldoende grond voor een overtreding. Da?s toch een gekke regel. In simpele Hollandse taal is het zo dat je niet over een stoep of stoeprand mag rijden. En als de kar in de tuin staat, mag je niet meer bekeuren?
Dat is toch gek? Snapt u het nog? Nou, de koning eigenlijk ook niet.
Alsof die karren kunnen vliegen! Het ?staan? van die karren in de voortuinen betekent toch eigenlijk dat er sprake is van een (gepleegde) overtreding?
 
Het dilemma
Moet de koning gewoon verbieden dat die karren in de voortuin komen en ?gebieden?? dat zij geparkeerd worden langs de stoep of de stoeprand?
En dat zijn burgers eventueel hun ?kar? op de gemeenschappelijke verzamel(parkeer)plaats (iets verder op) moeten parkeren en dan misschien enkele tientallen meter moeten lopen naar hun voordeur?
Of, staat hij de verblikking toe in de voortuinen in de gedachte dat zijn burgers de vrijheid moeten hebben om te kiezen voor individuele invulling (hun recht om groen op te offeren) zolang de andere burgers daar maar geen last van hebben?
Vrijheid van handelen of regulering?
Onze koning zit er mooi mee.
Hij beseft dat het niet blijft bij die boerenkar (of inmiddels stalen ros en/of en blikken bolide).
Want, waar ligt de grens? Een kar (auto)? Caravan? Motoren? Aanhangers? Fietsen?.
De koning neemt zijn overdenkingen mee naar het nieuwe jaar.
Hij staat open voor raad!
 
 Column van Bert Snoek
 
Voeg toe aan Delicious Voeg toe aan Facebook Voeg toe aan Linked In Voeg toe aan NUjij Voeg toe aan Technorati Voeg toe aan Twitter 
© 2018 VVD Giessenlanden  |  Colofon  |  RSS | Sitemap